Ter kuste van Guinea

Begin oktober 1817 publiceerde Johannes Goldberg, directeur-generaal (minister) van het departement van Koophandel en Koloniën een bericht in de Staatscourant met een aantal vacatures voor aspirant-ambtenaren die wilden werken “ten dienste van ’s Rijks etablissementen ter kuste van Guinea”, het gebied in het westen van Afrika langs de Golf van Guinea. Er werd onder meer gezocht naar “een persoon van middelbare jaren, ten einde aldaar de functie van fabriek- en magazijnmeester uit te oefenen, en waarvan de vereischten zijn, volkomen ervarenheid in de civiele bouwkunde, meerdere of mindere kennis van den landbouw en tevens de geschiktheid om alle functien te verrigten, welke tot het toeverzigt over de magazijnen, houden der boeken en registers, en wat dies meer zij, noodzakelijk geoordeeld worden, en voor welken ambtenaar het traktement is bepaald op ƒ 2400 00”, verder een houtzagersbaas, een timmerman, schilder en glazenmaker, smid en slotenmaker, koper- en blikslager en een hovenier.1“Generale directie van Koophandel en Kolonien”, Nederlandsche Staatscourant, 2 oktober 1817.

Jacobus Littel en zijn zoons, de 23-jarige Willem Littel en de 19-jarige Cornelis Gijsbert Littel behoorden tot degenen die al binnen een paar weken op de vacatures reageerden. Zij wilden respectievelijk als fabriek- en magazijnmeester, timmerman en koperslager worden uitgezonden. Die drie overlegden een verklaring van de burgemeesters van de stad Schoonhoven “dat nimmer eenige klachten tegen derzelver politiek of Moreel gedrag is ingebragt”.

Jacobus schreef in zijn brief dat hij zich van jongs af aan had bezig gehouden met civiele bouwkunde en het maken van molens en sluizen, “met alle nederigheid” durfde hij “te poseren meer dan de vereischten kennis en bekwaamheden te bezitten als noodig kunnen geächt worden ter behoorlijke uitoefening der functiën eens Fabriek- en Magazijn-meesters”. Zijn bekwaamheid werd onderschreven door stadstimmerman Cornelis Kuijlenburg en meester-timmerman Jan Zwaantjes in Schoonhoven, meester-timmerman Jacob van Limbeek in Lopik en door Arnold Militus, schout en secretaris van het polderbestuur van Willige Langerak en schout en secretaris van het polderbestuur van Langerak, bezuiden de Lek en rentmeester van de Hooge Boezem achter Haastrecht, wonend in Schoonhoven. Ook de beide zoons kwamen met een verklaring van hun bekwaamheid, voor Willem afgegeven door stadstimmerman Cornelis Kuijlenburg en meester-timmerman Jan Zwaantjes en voor Cornelis door meester-koperslager Valentijn Doesburg, bij wie hij al geruime tijd als knecht werkte.2Nationaal Archief: archieftoegang 2.10.01, Inventaris van het archief van het Ministerie van Koloniën, 1814-1849, inventarisnummer 161, STUKKEN BETREFFENDE HET BESTUUR DER KOLONIËN IN HET ALGEMEEN: Openbaar verbaalarchief: Verbalen / Bijlagen bij de verbalen: Rekwest van Jacobus Littel, Rekwest van Willem Littel Jacobuszoon, Rekwest van Cornelis Gijsbert Littel.

De sollicitatie van het drietal werd aangehouden: “Gelezen de Rekwesten van Cornelis Gijsbert Littel, Willem Littel Jacob Zoon, en Jacobus Littel, alle gedagteekend Schoonhoven | Zonder datum | daarby verzoekende eerstgemelde, om als koperslager, den tweede gemelde om als Timmerman, en laatstgemelden om als Fabryk meester ter Kuste van Guinea te worden uitgezonden. Heeft goed gevonden & verstaan dezelve aan te houden.”3Nationaal Archief: archieftoegang 2.10.01, Inventaris van het archief van het Ministerie van Koloniën, 1814-1849, inventarisnummer 161, STUKKEN BETREFFENDE HET BESTUUR DER KOLONIËN IN HET ALGEMEEN: Openbaar verbaalarchief: Verbalen / Verbalen van de secretaris van Staat voor de Koophandel en Koloniën, sedert 16 september 1815 van de directeur-generaal voor de Koophandel en Koloniën, nr. 7437, 20 oktober 1817.


Bronnen en noten

  • 1
    “Generale directie van Koophandel en Kolonien”, Nederlandsche Staatscourant, 2 oktober 1817.
  • 2
    Nationaal Archief: archieftoegang 2.10.01, Inventaris van het archief van het Ministerie van Koloniën, 1814-1849, inventarisnummer 161, STUKKEN BETREFFENDE HET BESTUUR DER KOLONIËN IN HET ALGEMEEN: Openbaar verbaalarchief: Verbalen / Bijlagen bij de verbalen: Rekwest van Jacobus Littel, Rekwest van Willem Littel Jacobuszoon, Rekwest van Cornelis Gijsbert Littel.
  • 3
    Nationaal Archief: archieftoegang 2.10.01, Inventaris van het archief van het Ministerie van Koloniën, 1814-1849, inventarisnummer 161, STUKKEN BETREFFENDE HET BESTUUR DER KOLONIËN IN HET ALGEMEEN: Openbaar verbaalarchief: Verbalen / Verbalen van de secretaris van Staat voor de Koophandel en Koloniën, sedert 16 september 1815 van de directeur-generaal voor de Koophandel en Koloniën, nr. 7437, 20 oktober 1817.