Cornelis Gijsbert Littel (1798-1849)

Generatie VIII

Cornelis Gijsbert Littel; geboren Benschop 29-08-1798, gedoopt aldaar 02-09-1798 (getuige Willem Littel senior), overleden Soerakarta 13-02-1849, zoon van Jacobus Littel en Jannetta van Oosterhout.

Op 10-11-1810 werd voor Cornelis (ook Kornelis) door Benschop een akte van indemniteit afgegeven, in verband met de verhuizing van het gezin naar Schoonhoven.

In 1817 werkte Cornelis als koperslagersknecht bij meester-koperslager Valentijn Doesburg in Schoonhoven. Hij solliciteerde in dat jaar met zijn vader en broer Willem Littel naar een functie “ten dienste van ’s Rijks etablissementen ter kuste van Guinea”, maar werd niet aangenomen.

Als nummerwisselaar voor Hendrik Kuilenburg uit Schoonhoven, loteling van de lichting 1819, werd Cornelis geëngageerd bij de Staande Armee (Landmacht) voor de tijd van zes jaar en ingedeeld bij de 5e afdeling infanterie. In juli 1822 ging hij als soldaat over naar de kurassiers. In mei 1826 werd hij nog eens zes jaar geëngageerd, zonder handgeld, en ingedeeld bij het Algemeen Depot der Landmacht. In juli 1826 vertrok hij met de Apollo naar Nederlands-Indië. Cornelis werd in november 1829 sergeant bij de fuseliers. Hij ontving “de medaille N 753 en bronzen N 2185”.1Nationaal Archief: Oost-Indië – Suppletiefolio’s: Kornelis Littel. Volgens het Stamboek kreeg hij in 1844 nog een “vol soldaten gagement”, hij overleed vijf jaar later.


Bronnen en noten